ALGEMENE INFORMATIE




HISTORIE

De genus Paeonia kent een zeer rijke en lange geschiedenis. Over pioenen werd in de oudheid al met veel respect gesproken; zo werden ze door de Grieken ‘Koningin der Kruidachtigen’ genoemd en in de Chinese Oudheid werden pioenen gezien als ‘Koning der Bloemen’. Vanaf de 19e eeuw hebben pioenen pas echt opgang gemaakt als sierplanten. Met name Engeland en Frankrijk waren pioniers op dit gebied, op de voet gevolgd door de USA.

Mythologie
Paeonia is vernoemd naar Paeon, een pupil van Asclepius (de Griekse God van medicijnen). Asclepius was zoon van Apollo (de Griekse God van genezing), en kleinkind van Zeus en Leto. Paeon ontdekte planten van pioenen op de hellingen van Mount Olympus, op aanwijzingen van Leto. Hij gebruikte de planten om een wond van Pluto te helen die deze na een gevecht met Hercules in de slag om Troje had opgelopen. Asclepius was zo jaloers op het succes van Paeon dat hij hem om het leven liet brengen. Pluto daarentegen was Paeon zo dankbaar dat hij hem liet veranderen in de prachtige bloemen die hem hadden genezen – ‘Paeonia’ was geboren!

Medicinaal gebruik
Pioenen worden sinds jaar en dag al gezien als planten met een hoogwaardige geneeskrachtige werking. Al zeker 2000 jaar worden de wortels van pioenen gebruikt voor medicinale doeleinden. De wortels en zaden werden uitgebreid gebruikt door geneesheren voor een groot scala aan klachten, zoals het tegengaan van gewrichtszwellingen en stuiptrekkingen en het reguleren van menstruale bloedingen. Ook werden brouwsels van pioenenwortels onder meer gebruikt als kalmeringsmiddel, pijnstiller en transpiratiebeperker. Nog altijd worden pioenen gebruikt als geneesmiddel, met name in de traditionele Chinese geneeskunde. Het is zeer waarschijnlijk dat de Westerse geneeskunde het helende potentieel van pioenen schromelijk heeft onderschat, en dit nog altijd doet.

Overig gebruik
In het Engeland van de Middeleeuwen waren kruiden extreem duur, en de zaden van pioenen werden gebruikt om het dagelijkse prakje smaak bij te brengen. Pioenenwortels werden zelfs gekookt en genuttigd als groente in de maaltijd. Tot aan de 19e eeuw werden op de Britse Eilanden halskettingen gemaakt van pioenzaden en men plantte de zaden ook wel tegen het huis om boze geesten te verjagen. In Rusland werd de helderrode kleur van Paeonia caucasica gebruikt om wol, papier, zijde en linnen te verven. De heerlijke geur van vele cultivars wordt heden ten dage nog altijd gebruikt om de meest exclusieve parfums van te maken.

TAXONOMIE

Natuurlijke verspreiding
Vele jaren was het geslacht Paeonia ingedeeld in de familie der Ranunculaceae, maar in de moderne taxonomie worden pioenen ingedeeld in hun eigen familie; de Paeoniaceae. Het natuurlijke verspreidingsgebied van de familie der Paeoniaceae is beperkt tot het noordelijk halfrond; ruwweg van 25 graden N.B. tot 67 graden N.B. en van Noord-Amerika tot Japan. De hoogste concentratie is te vinden rond de Middellandse Zee en in de Kaukasus.


Classificatie

De taxonomie van pioenen is nogal verwarrend. Een behoorlijk aantal soorten vertonen een sterke variatie, en vaak zijn de soorten verder verdeeld in ondersoorten (subspecies, afgekort ssp). Deze ondersoorten werden vroeger weer als afzonderlijke soorten beschouwd. In bepaalde delen van de wereld hanteren wetenschappers hun eigen opvattingen over het begrip ‘soort’, welke in andere delen van de wereld weer niet worden geaccepteerd. Afhankelijk van welke classificatie wordt gehanteerd behoren er tussen de 45 en 65 soorten tot het geslacht Paeonia. Hieronder vallen dan zowel boompioenen als de vaste plant pioenen.

Volgend overzicht toont de classificering volgens F.C. Stern (A Study of the genus Paeonia, 1946), welke wereldwijd het meest wordt geaccepteerd.

Sectie Subsectie Groep Soort Natuurlijk voorkomen
         
I. MOUTAN        
    1. Suffruticosa   West-China
      P. suffruticosa  
    2. Delavayi   Zuid-China
      P. delavayi
P. lutea
P. lutea var. ludlowi
P. potanini
P. lemoinei
 
         
II. ONAEPIA       Noordwest-USA
   
P. browni
P. californica
 
         
III. PAEON
FOLIOLATEA
1. Wittmanniana
P. mlokosewitschi
P. wittmanniana
P. wittmanniana var. nudicarpa
P. wittmanniana var. macrophylla
Kaukasus
Noordwest-Kaukasus
Noordwest-Kaukasus
Westelijke Kaukasus
    2. Russi    
      P. cambessedesi
P. russi
P. russi var. reverchoni
P. russi var. leiocarpa
Balearen
Corsica/Sardinië/Zuid-Italië

Corsica
    3. Mascula    
      P. mascula
P. daurica
P. banatica
P. kesrouanensis
Kaukasus
Kaukasus
Hongarije
Syrië en Libanon
    4. Obavata    
      P. obavata
P. obavata var. willmottiae
P. japonica
China, Siberië en Japan
China
Japan
    5. Mairei   China
      P. mairei
P. oxypetala
 
    6. Arietina    
      P. arietina
P. arietina var. orientalis
P. rhodia
P. bakeri
Zuidoost-Europa
Cyprus en Kreta
    7. Broteri    
      P. broteri Gebergten Zuid-Spanje/Zuid-Portugal
    8. Coriacea    
      P. coriacea
P. coriacea var. atlantica
Zuid-Spanje/Marokko
Algerije
    9. Lactiflora    
      P. lactiflora
P. lactiflora var. tricocarpa
P. emodi
P. emodi var. glabrata
Siberië/Mongolië/China/Tibet

India/Kashmir
India
  DISSECTIFOLIAE      
    10. Peregrina    
      P. peregrina Balkan
    11. Officinalis
 
      P. officinalis
P. clusi
P. humilis
P. humilis var. villosa
P. mollis
Zwitserland/Frankrijk/Noord-Italië/Albanië
Gebergten van Kreta
Spanje/Zuid-Frankrijk
Zuid-Frankrijk en Italië
    12. Tenuifolia    
      P. tenuifolia Oost-Karpaten tot Kaukasus
    13. Anamola    
      P. anamola
P. anamola var. intermedia
P. veitchi
P. veitchi var. woodwardi
Rusland tot Azië
Rusland tot Azië
West-China
West-China
         


Variatie

Tussen de soorten zijn grote verschillen aanwezig. Sommige soorten groeien in het wild op zeeniveau en anderen zijn te vinden op grote hoogten in de bergen. Er zijn soorten die zich beperken tot een natuurlijk voorkomen van slechts een paar km2 en er zijn soorten die over duizenden kilometers te vinden zijn van elkaar. Alle pioenen zijn winterharde planten. Sommigen zijn slechts 5-10 cm hoog en andere soorten kunnen manhoog worden. Alle kleuren zijn vertegenwoordigd in de totale genus, alleen blauw komt niet voor. Bloemgrootte van de natuurlijke soorten kan ruwweg variëren van 5 tot 30 cm. Het natuurlijke bloeiseizoen loopt van vroeg april in de zuidelijkste regionen tot augustus in de meest noordelijke regionen waar de wilde soorten voorkomen. Het ene soort heeft zeer fijnbladig gewas, terwijl het blad van andere soorten zo breed kan worden als de hand van een volwassen persoon. Veredelaars kunnen dus naar hartelust een greep doen in deze oase van variabele factoren.

Variëteiten
Heden ten dage bestaan er meer dan vijfduizend geregistreerde en genaamde cultivars. Het voert natuurlijk veel te ver om hier op in te gaan. Uitgebreide informatie over de cultivars in het assortiment van Warmerdam Paeonia vindt U bij het onderdeel Assortiment en Toelichting op Cultivarbeschrijvingen op deze website.


MORFOLOGIE

Planten
De ondergrondse delen van pioenen worden gekenmerkt als wortelstokken. Volwassen planten hebben vele grote dikke wortels waarin de reserves zijn opgeslagen die in het groeiseizoen zijn opgebouwd. Sommige soorten (en hun nakomelingen) zoals P. officinalis en P. peregrina kunnen adventieve ogen vormen op praktisch alle worteldelen. De wortels bevatten doorgaans hoge concentraties polyfenolen, stoffen die verrotting tegengaan. Hierdoor kunnen wortels zeer lang in de grond overleven en regelmatig nieuwe scheuten vormen.

De verschillende soorten behorend tot het geslacht Paeonia kennen een diversiteit aan wortelvormen en plantstructuren. Waar sommige soorten juist gelijkmatig dikke wortels vormen kenmerken andere soorten zich juist door zeer smalle worteldelen die aan het hart van de plant zijn bevestigd (bijv. P. officinalis). Nieuwe scheuten worden gevormd uit de ogen (ook wel neuzen genoemd) die zich bovenop het wortelgestel op het hart bevinden.





Een volwassen plant van een P. lactiflora cultivar.

Gewas
Wanneer in het voorjaar de ogen zover gezwollen zijn dat de scheuten tevoorschijn komen worden deze beschermd door puntige scheden. De opkomst van pioenen wordt gekenmerkt door prachtige roze, rode of paarsachtige scheuten. Naarmate het gewas zich verder ontwikkelt verdwijnt deze gloed geleidelijk.

De bladeren van pioenen zijn zeer moeilijk in zijn algemeenheid te beschrijven, daar er grote verscheidenheid bestaat tussen de soorten. Door de bank genomen hebben pioenen lange bladstelen die zich aan de uiteinden opsplitsen in drie bladsteeltjes. Deze secundaire bladsteeltjes kunnen zich ook weer verder opsplitsen, afhankelijk van de soort. Zo ontstaan de kenmerkende samengestelde bladeren.
In de classificatie volgens Stern is een opdeling van de sectie PAEON gemaakt naar de mate waarin blaadjes gedeeld zijn: de soorten uit de subsectie DISSECTIFOLIAE kennen aanmerkelijk meer opgesplitste bladeren dan de soorten uit de subsectie FOLIOLATAE.

Bladranden van pioenen zijn gemiddeld gaaf, slechts bij hoge uitzondering zijn ze golvend danwel gekarteld. De mate van beharing en aanwezigheid van de waslaag varieert van soort tot soort en is zelfs van geografische locatie afhankelijk. Bladvormen lopen uiteen van puntig tot breed ovaalrond. De volwassen bladkleur is altijd in groentinten, maar de stelen van sommige soorten of cultivars kunnen in kleuren variëren van rood tot groen.
Bloemen
Op de uiteinden van de stelen vormen zich de bloemen. Veelal slechts één bloem per steel, alleen soorten of cultivars van P. lactiflora, P. emodi en P. veitchi kunnen meerdere bloemen per steel vormen (zijknoppen genaamd). De kelkbladeren zijn de buitenste groene blaadjes die het meest opvallen als de bloemen nog in knopvorm zijn. Veelal bevindt zich onderaan de bloembasis nog twee blaadjes gelijkend op een bladsectie van het gewas, deze worden schutblaadjes genoemd. De kroonbladeren zijn de gekleurde bloemblaadjes. Bij niet geheel gevulde soorten of cultivars vormen deze de buitenste rand(en). De mannelijke geslachtsorganen van de bloemen, de meeldraden, bestaan uit helmdraden en helmknoppen (ook wel stuifmeelzakjes genoemd). De meeldraden zijn doorgaans geel van kleur.

Uitvergroting bloemhart
De vruchtbladen vormen de vrouwelijke geslachtsorganen en bevinden zich in het hart van de bloem. Deze zijn altijd in groentinten, maar kunnen verkleuren gedurende veroudering. Bovenop deze vruchtbladen bevinden zich de stempels die vele verschillende kleuren kunnen hebben. Vaak zijn dit echte eye-catchers, zeker bij de enkele of semi-dubbele cultivars.

GEBRUIK IN DE TUIN

Plantlocatie
Prioriteit nummer één verdient de specifieke plek waar een pioen geplant dient te worden. Van groot belang hierbij is een zonnige locatie, halfschaduw kan ook. Niet te dicht bij grote beplantingen (bomen, grote struiken) planten in een goed waterdoorlatende grond zijn andere cruciale aandachtspunten. Reserveer voor één plant ongeveer een ruimte van 1 m2, zeker wanneer pioenen in groepjes worden aangeplant. Wanneer de border en/of tuin geheel dicht dient te groeien (ook met andersoortige beplantingen) kan iets dichter worden geplant, maar gun pioenen de ruimte! Voor verdere planttips zie het gedeelte Verzorging.

Tuinhiërarchie
Pioenen passen in iedere tuin. Het verdient wellicht aanbeveling rekening te houden met de plaats van pioenen in de tuinhiërarchie. Houtige gewassen hebben de eerste plaats in deze pikorde. Bomen zijn het meest dominant in een tuin, gevolgd door de struiken tot aan de meest fijn vertakte exemplaren. Deze houtige gewassen geven doorgaans de begrenzingen van de tuin aan: het dak en de omranding.

Kruidachtige gewassen als vaste planten zijn de volgende in de rangschikking, zij vullen de ruimtes op en geven kleur en identiteit aan de tuin. Pioenen nemen hierbij een zeer prominente plaats in door de relatief massieve presentatie. Pioenen kunnen zodoende goed gebruikt worden in het overgangsgebied naar fijnere en minder omvangrijke borderplanten. Pioenen vormen doorgaans de sterke ruggengraat van een tuin of border.

In een strakke tuin kunnen pioenen een mooie haag vormen. Dit geldt met name wanneer een rij pioenen als ononderbroken lijn in de richting van een bepaald opvallend punt in de verte wordt geplant. In dit geval één variëteit gebruiken geeft een zeer strakke lijn en een fantastisch gezicht tijdens bloei. Lage cultivars doen het goed langs een looppad en hoge cultivars kunnen goed als afscheiding worden gebruikt.

Een andere zeer aantrekkelijke gebruiksmogelijkheid is het verspreid aanplanten van pioenen in de tuin. Dit geeft een speels effect en wordt door de ware liefhebbers veel gehanteerd. Heerlijk geurende cultivars langs looppaden en aan de randen van de border(s) planten levert louter lovende en jaloerse reacties op, zeker op zonnige dagen gedurende de bloeitijd!

Cultivareigenschappen
In grote borders waar men meerdere pioenen aan wil planten is het verstandig om de cultivars in roodtinten vooraan te plaatsen. Een zwart-wit foto van een rode pioenroos resulteert in een zwart gat temidden van het grijs uitvallende gewas. Dit is ongeveer hetzelfde effect wat het menselijk oog ervaart wanneer van een wat grote afstand wordt gekeken naar een rood bloeiende plant. Rood (meest donker) gekleurde cultivars vooraan houden en licht gekleurde variëteiten in de ruimte erachter plaatsen zorgt ervoor dat iedere plant het meest tot haar recht komt en bovendien wordt op deze manier diepte aan de border gegeven. De mogelijkheden van kleurencombinaties in de tuin zijn uiteraard eindeloos.

Gewashoogte van een cultivar is belangrijk, het is immers zonde om een prachtige cultivar die niet zo hoog wordt te verstoppen achter een hoger groeiende pioenroos of andersoortige beplanting. Wetenschap van de bloeitijd is uiteraard zeer belangrijk bij het kiezen van de juiste plek in de tuin voor een bepaalde cultivar. Doorgaans wordt het meest aansprekende effect bereikt wanneer wordt geprobeerd pioenen zo te situeren dat in het seizoen altijd kleur is in een bepaald gedeelte van de border en/of tuin. Elke cultivar heeft zo haar specifieke kenmerken en beste gebruiksmogelijkheden, zie hiervoor de cultivarbeschrijvingen in ons assortiment of neem contact met ons op voor een eventueel gericht advies.

Sierwaarde gewas
Het gewas van pioenen straalt over het algemeen klasse en bescheidenheid uit, en blijft gedurende de zomer normaal gesproken prachtig groen. Hieromheen zomerbloeiende vaste planten aanplanten garandeert een fleurige tuin, van vroeg voorjaar tot laat in de zomer.

In het najaar tonen vele cultivars prachtige herfstkleuren, in combinatie met lang groenblijvende planten eromheen kunnen dus zelfs zo laat in het jaar nog de aantrekkelijke kleurcontrasten in de tuin behouden blijven. Pioenen hebben de geweldige eigenschap om van vroeg in het voorjaar tot laat in het najaar constant een tuin te accentueren en behouden altijd een bescheiden vorm van autoriteit.

Aanbevolen buurplanten
In het vroege voorjaar, wanneer pioenen de prachtige gloed bij opkomst vertonen, kunnen bolgewassen als tulpen, narcissen en krokussen een weelderige kleurenpracht verzorgen. Door bijv. krokussen op de tulpenbollen te planten wordt van vroeg tot laat kleur verkregen in de kleine ruimte. Wanneer de bolbloemen zijn uitgebloeid is het pioenengewas inmiddels dermate ontwikkeld dat ze het afstervemde bollengewas kunnen verbergen.

Pioenen behoren tot de vroegst bloeiende vaste planten in het voorjaar, en eisen in deze tijd alle aandacht voor zich op. Tijdens de bloei is Iris een klassieke partner. Hele mooie effecten geven planten met contrasterende bloeiwijzen, zoals bijvoorbeeld Lupinus met haar lange aren die met een bijna perfecte timing begin juni naast de meeste pioenen beginnen te bloeien. Direct na bloei de stelen van de lupinen wegknippen geeft ook nog eens kans op een tweede bloei laat in de zomer. Delphinium en Campanula vormen andere interessante buurplanten.

Uit vele vaste planten kan gekozen worden als buurplanten van pioenen. Gekozen kan worden voor laagblijvende planten als o.a. Alchemilla, Heuchera, en Artemisia. Siergrassen geven gedurende de hele zomer doorgaans prachtige kleurencombinaties in groentinten met het pioenengewas. Hoger groeiende en zomerbloeiende gewassen als Eremurus, Rudbeckia, Hemerocallis en Crocosmia geven een border met pioenen echt gezicht door met name de textuurverschillen van het blad.

Voorgaande zijn slechts suggesties, de mogelijkheden zijn eindeloos. Zo ook de smaken van mensen en de ervaringen die men reeds heeft opgedaan. Het belangrijkste is dat men een goede plantafstand in acht neemt. Staan de planten te dicht op elkaar, dan beconcurreren ze elkaar om licht, voeding en water en is er weinig tot geen luchtcirculatie wat ziekten en plagen in de hand werkt. Een goede methode is om ruim te planten (1 plant per vierkante meter) en het rustig af te kijken hoe de planten zich ontwikkelen. Volwassen vaste planten kunnen vele malen groter uitgroeien dan dat ze in het eerste groeiseizoen doen vermoeden. Wanneer dan na verloop van tijd een lege plek blijft bestaan, kan altijd nog een plant worden toegevoegd om de leemte te vullen. Een tuin moet groeien!