TOELICHTING CULTIVARBESCHRIJVINGEN


Naam
Bij elke cultivar wordt in hoofdletters de naam van de variëteit weergegeven. Onze assortimentslijst is op alfabetische volgorde van de cultivarnaam weergegeven.

Origine

Mogelijk bent u geïnteresseerd in de naam van de winner van cultivars, het land van herkomst van cultivars danwel het registratiejaar. Dit is bij iedere cultivar vermeld, voor zover bekend uiteraard. Wanneer 2 namen zijn vermeld dan is de naam vóór de schuine streep de naam van de veredelaar en de naam ná de schuine streep de naam van de persoon die de cultivar heeft geregistreerd.

Overzichten:


Classificering
De genus Paeonia kent ruim 40 soorten (volgens het classificatiesysteem van Stern). Voor het gemak laten we de subsoorten dan nog weg. Het zou te ver gaan alle soorten te omschrijven. Vandaar dat wij ons hier beperken tot de soorten welke ouderschap hebben in de cultivars uit ons assortiment.

Wanneer een cultivar kruisingsouders uit twee of meer verschillende soorten heeft spreken we van een hybride. Dit wordt dan ook bij de cultivar aangegeven. Cultivars met kruisingsouders uit één en dezelfde soort zijn dus per definitie géén hybriden.

Per soort wordt hieronder een aantal typische eigenschappen opgesomd. Wanneer een cultivar dan gekruist is uit een bepaald soort brengt dit vaak deze eigenschappen met zich mee. Gecombineerd met de andere kruisingsouder(s) en de bijbehorende eigenschappen leidt dit vaak tot zeer interessante resultaten. Met onderstaande informatie per soort kunt U desgewenst op zoek gaan naar Uw eigen favoriete kruisingsproducten. Onze assortimentslijst gerangschikt op kruisingstype kan dit zoeken vergemakkelijken.

Overzicht:

Paeonia delavayi
Dit geslacht binnen de genus kenmerkt zich door lange donkergroene bladeren die diep zijn ingesneden. De ontwikkeling van de bladeren in het jonge stadium toont een prachtige paarse bladkleur. Behorend tot de sectie Moutan (boompioenen), bovengronds sterft het gewas in het najaar dus niet geheel af. Verhouting van de stengels. Planten kunnen uitgroeien tot een hoogte van 1,5 tot 2 meter. Bloemen klein (5-8 cm) en donkerrood. Bloeitijd zeer vroeg tot vroeg (I-III), door de grote hoeveelheid bloemetjes aan een volwassen struik zeer lang bloeiend.
Paeonia lutea
Praktisch alle kruisingsresultaten met een gele bloem-kleur kent dit geslacht als één van de ouders. P. lutea behoort tot de sectie Moutan (boompioenen), boven-gronds sterft het gewas in het najaar dus niet geheel af. Verhouting van de stengels. Langgerekte bladeren die zeer diep zijn ingesneden, donkergroen. Planten kunnen uitgroeien tot een hoogte van 1,5 tot 2 meter. Bloemen erg klein (5-7 cm) en geel. Bloeitijd zeer vroeg tot vroeg (I-III), door de grote hoeveelheid bloemetjes aan een volwassen struik zeer lang bloeiend.
Paeonia macrophylla
Kruisingen met bloed van dit geslacht in de aderen kenmerken zich door de zeer grote ovaalronde donkergroene bladeren. Ook erven de nakomelingen de zeer vroege bloei (I-II). Bloemen zijn doorgaans enkel. De planthabitat is ideaal voor de tuin. Vermeerdering is matig tot gemiddeld.
Paeonia mlokosewitschii
Hybriden met P. mlokosewitschii als een voorouder kenmerken zich door de extreem vroege bloei (I), zachtgele tinten in de relatief wat kleinere (enkele) bloemen en het prachtige donkergroene ovale blad. Weinig zijknoppen. Erg sierlijk in de tuin door de mooie gewaspresentatie. Vermeerdering redelijk.
Paeonia lactiflora
Dé gangbare soort waarbinnen vele kruisingen zijn uitgevoerd. Deze kruisingen bloeien vaak in de midden tot late periode (V-VII). Kruisingen tussen P. lactiflora en andere soorten bloeien in de regel iets vroeger (IV). Grote variatie in bloemgrootte, bloemvormen en gewaspresentatie. Bloemkleuren zijn doorgaans wit, paarsrood of roze in alle mogelijke tinten en combinaties. Vermeerdering is goed.
Intersectie-hybriden (Itoh-hybriden)
Deze zeer aparte en jongste groep in in het geslacht Paeonia kent zijn oorsprong dankzij Mr. Toichi Itoh. In 1948 lukte het hem om een geslaagde kruising te maken tussen planten uit de sectie Moutan (cv. ‘Alice Harding’) en de sectie Paeon (cv. ‘Kakoden’).
Door deze kruising tussen een boompioen en een vaste plant pioen was een nieuwe groep pioenen geboren; de intersectie-hybriden, ook wel vernoemd naar haar schepper: Itoh-hybriden.

Deze groep kenmerkt zich doordat zij de groeiwijze van een boompioen heeft, maar wel bovengronds afsterft, zoals een vaste plant pioen. Het gewas is gelijkend op dat van boompioenen. Een aantal soorten bloeit net onder het gewas. Groei is compact en de planten worden nooit hoger dan 80-90 cm. Tuinplanten bij uitstek dus. Bloemen zijn nagenoeg allen semi-dubbel met de karakteristieke meeldraden en zaadknoppen duidelijk zichtbaar in het centrum.

Als snijbloem zijn ze niet geschikt, doordat de stelen te houtig zijn en de lengte doorgaans te kort is. Bloem-kleuren zijn uitzonderlijk mooi. Voor de intersectie-hybriden geldt duidelijk dat de bloemen ieder jaar mooier en mooier worden. Vermeerdering is erg langzaam, ook ondergronds gelijkt de groei op dat van boompioenen.
Planten uit deze groep zijn de ware liefhebbersplanten.
Paeonia officinalis
Kruisingen met P. officinalis als één van de ouders zijn doorgaans de enige pioenen met echt rode bloemen. De bloemen zijn van een meer dan gemiddelde grootte. De bloemblaadjes kunnen gedurende uitbloei enorm uitgroeien. Bloeitijd is vroeg (III). Stelen zijn vaak erg stevig. Vertakking is redelijk maar gemiddeld wat minder dan bij kruisingen met of binnen P. lactiflora. Vermeerdering is vrij langzaam.
Paeonia peregrina
Wanneer een hybride ‘peregrina-bloed’ bezit brengt dit vaak zeer bijzondere kleuren met zich mee. De populaire koraalkleurige pioenen, de felroze gekleurde hybriden en de zalmkleurigen, al deze excentrieke variëteiten hebben hun faam grotendeels hieraan te danken. Enorme bloemgrootte, doorgaans halfdubbel waarbij de meeldraden zich niet tussen de bloembladeren bevinden. Stengels vaak erg stevig, soms echter hol. Matige vertakking. Zeer diep ingesneden donkergroene bladeren. Vermeerderingssnelheid is zeer hoog, doordat bijna alle worteldelen zogenaamde ‘adventieve ogen’ kunnen vormen.

Bloemkleur
Over kleur valt altijd te twisten. Grondsoorten zijn van invloed; zo geeft een zwaardere grond doorgaans een intensievere kleur dan lichtere gronden. Ook de hoeveelheid zonlicht gedurende de bloei beïnvloedt de kleur. Een erg warm groeiseizoen kan de kleur ook lichter doen uitkomen. Verder geldt uiteraard dat wat de één als rood ziet, door de ander als paars kan worden ervaren. Bij de cultivarbeschrijvingen is getracht om de meest representatieve omschrijving van de kleur aan te geven, gebaseerd op onze eigen ervaringen gedurende de jaren dat wij de cultivars telen. De getoonde foto’s zijn zo kleurecht mogelijk afgebeeld.

Overzicht:


Bloemvorm
Dankzij veredelingsinspanningen kennen pioenen inmiddels een mooie en grote verscheidenheid aan bloemvormen. In het verdubbelingsproces van pioenen onderscheiden we 7 hoofdvormen. Binnen deze hoofdvormen is ook nog wat onderscheid te maken, maar om nog meer dan 7 classificaties in bloemvormen te maken komt ons inziens de overzichtelijkheid niet ten goede. Bij de cultivarbeschrijvingen wordt iedere variëteit geclassificeerd naar bloemvorm. Een omschrijving van de hiervoor gebruikte termen volgt hieronder:
Enkel
Enkele bloemen hebben één of meer rijen van grote bloembladeren die een centrum van natuurlijke stuifmeeldragende meeldraden omringen.
In het hart zijn de zaadknoppen goed zichtbaar, met veelal kenmerkende en opvallend gekleurde stempels aan de bovenzijde.

Japans type
Met de bloemen van het Japanse type wordt het verdubbelingsproces ingezet.
De helmdraden zijn duidelijk verbreed en de helmknoppen zijn uitzonderlijk groot.
Meeldraden moeten aanwezig zijn voor een pioen om tot deze categorie te behoren.
Doorgaans één rij vergrootte buitenste bloembladeren, soms meer.

Anemoonvormig
Anemoonvormige bloemen vormen de volgende stap op weg naar volledig gevulde bloemen.
De helmdraden zijn nog breder dan bij de bloemen van het Japanse type en vormen in feite smalle korte bloemblaadjes. De meeldraden zijn volledig verdwenen.
Doorgaans één rij vergrootte buitenste bloembladeren, soms meer.
Half gevuld
Halfgevulde of semi-dubbele bloemen zijn de volgende in de evolutie van de pioen. Meerdere ringen van grote bloembladen aan de buitenzijde van de bloem. Het centrum van de bloemen kan aanleiding vormen om nog een onderverdeling te maken in dit bloemtype: Een centrum van alléén gele stuifmeeldragende meeldraden met aanwezige zaadknoppen óf een centrum van kleinere, onregelmatig gevormde bloemblaadjes waartussen gele stuifmeeldragende meeldraden duidelijk zichtbaar zijn. Ook de zaadknoppen zijn in dit laatste geval geëvolueerd tot bloemblaadjes. Zonder duidelijk aanwezige meeldraden horen bloemen ingedeeld te worden bij volledig gevulde bloemen.
Gevuld kroonvormig
Gevuld kroonvormige bloemen zijn volledig dubbel. Meeldraden of zaadknoppen zijn praktisch nooit zichtbaar. De bloemblaadjes in het hart zijn geëvolueerd uit de zaadknoppen en verschillen van de omliggende bloemblaadjes daar zij duidelijk afkomstig zijn van voormalige meeldraden. De omvang van de buitenste rij brede bloemblaadjes is opvallend groter. In het algemeen behoren cultivars tot deze categorie wanneer ze een verhoogde 'toef' van bloemblaadjes in het centrum bezitten.
Gevuld bomvormig
Gevuld bomvormige bloemen zijn ook volledig dubbel. Meeldraden of zaadknoppen zijn nooit zichtbaar. Alle bloemblaadjes in het centrum zijn geëvolueerd uit zowel zaadbeginsels als meeldraden en zijn veel breder en gelijkmatiger van vorm in vergelijking tot kroonvormige bloemen. Een echte kroon is niet aanwezig, maar de bloembladeren aan de buitenzijde zijn opvallend anders en groter dan de bloemblaadjes in het centrum. Doorgaans groeien bloemen van dit type uit tot een enorme omvang.
Gevuld roosvormig
Gevuld roosvormige bloemen voltooien het verdubbelingsproces. Alle bloembladeren in het centrum zijn geëvolueerd uit zowel zaadbeginsels als meeldraden en zijn qua vorm en omvang vergelijkbaar met de buitenste rij bloembladeren. In deze klasse zou nog verder onderscheid kunnen worden gemaakt in de bloemvorm, daar er verschillen bestaan in de mate van perfecte gelijkheid van de bloemblaadjes, bijv. een balvorm, een schaalvorm etc. Dit komt ons inziens de overzichtelijkheid niet ten goede, en derhalve maken wij geen gebruik van een verdere onderverdeling.
Overzicht:

Zijknoppen
Bij iedere cultivar wordt aangegeven of ze zijknoppen bezit en in welke mate. De aanwezigheid van zijknoppen kan doorgaans als positief worden gezien, zeker als de betreffende variëteit erg stevige stelen bezit. Zijknoppen kunnen de bloei van een cultivar namelijk met één tot twee weken verlengen!


Red Charm
Bloeitijd
Pioenen zijn echte seizoensbloeiers en kennen een bloeiperiode van ongeveer 2 maanden, waarbij de vroegste soorten en variëteiten doorgaans in de tweede helft van april bloeien en de laatste halverwege juni. Verreweg de meeste cultivars bloeien eind mei, deze bloeitijd hebben wij gekenmerkt als de ‘middenperiode’. Hoe lang een cultivar kan bloeien is erg afhankelijk van het weer, maar ook van het aantal bloemstelen, aantal zijknoppen etc. Onder ‘normale’ omstandigheden kan een ‘gemiddelde cultivar’ zeker ruim 2 weken bloeien.

Met opzet geven wij geen bloeidata bij de cultivaromschrijvingen, omdat dit door weersinvloeden nogal kan variëren. Ook geven wij geen relatieve bloeitijd t.o.v. de cultivar 'Red Charm' daar ook in het bloeiseizoen warmere en koelere perioden voor kunnen komen en dit dus ook van jaar tot jaar te veel kan verschillen. Voorgaande wordt echter wel veel gehanteerd in de pioenenwereld.
Wij zijn voorstander van het weergeven van een bloeivolgorde van cultivars. Zo kunt o goed geïnformeerd uw voorkeuren bepalen als u bijvoorbeeld meerdere pioenen tegelijkertijd danwel opeenvolgend in uw tuin in bloei wenst te hebben. Wij hebben de cultivars uit ons assortiment dan ook ingedeeld in 7 perioden van bloei, te weten:
I Extreem vroeg (doorgaans vanaf 3e week april)
II Zeer vroeg (doorgaans 1e - 2e week mei)
III Vroeg (doorgaans 2e - 3e week mei)
IV Middenvroeg (doorgaans 3e - 4e week mei)
V Midden (doorgaans eind mei - begin juni)
VI Middenlaat (doorgaans vanaf begin juni)
VII Zeer laat (doorgaans rond half juni)
Overzicht:

Geur
Pioenen zijn alom geroemd vanwege haar heerlijke geuren. Door de bocht genomen geuren alle pioenen. De één geurt natuurlijk wat sterker dan de ander, en smaken verschillend uiteraard. Sommige cultivars worden zelfs geteeld voor de parfumindustrie. Doorgaans geuren pioenen het meest bij hogere temperaturen en het allerlekkerst in een vaasje in bijv. de huiskamer. Om aan te geven welke variëteiten geuren en in welke mate is dit bij iedere cultivar apart vermeld.

Hoogte
Per cultivar is aangegeven wat de maximale planthoogte wordt onder normale omstandigheden. Dit is wellicht nuttige informatie bij het kiezen van een plekje voor de plant(en) in de tuin. De planthoogte van pioenen kan wat verschillen. Gemiddeld is de hoogte 80-90 cm.

Gewaspresentatie
Bij de beschrijvingen wordt per cultivar specifiek ingegaan op zaken als stevigheid van de stelen, bladkleur, mate van vertakking en compactheid. Iedere cultivar heeft zo haar uitspringende kenmerken die haar aantrekkelijk maken voor gebruik in de tuin of als snijbloem.

Ondersteuning
Praktisch alle pioenen in ons assortiment hebben stelen die stevig genoeg zijn om haar bloemen te dragen onder normale weersomstandigheden. Tot het moment dat de bloemknoppen open komen heeft bijna geen enkele pioen overigens ondersteuning nodig.

In een volgroeide tuin zal ondersteuning simpelweg niet nodig zijn daar de beplanting elkaar dan kan ondersteunen. In een tuin met (vooralsnog) open ruimten bevordert ondersteuning de compactheid altijd wel, indien gewenst natuurlijk.

Gedurende een bloeiperiode met slecht weer (veel wind en neerslag) hebben bijna alle variëteiten die hoger worden dan 70 cm wel wat ondersteuning nodig.


De cultivar 'Red Charm' vrijstaand in een tuin.
Wanneer de bloemblaadjes zich ontluiken en het regent in deze periode veel in combinatie met behoorlijke wind, dan kunt U zich wellicht voorstellen dat de stelen topzwaar worden. Door het heen en weer geslinger zal het verband uit de plant worden gehaald. Wanneer slecht weer dreigt tegen de bloeiperiode is het verstandig om een ring (of touwtjes of iets dergelijks) om de plant heen te plaatsen. Een stokje langs iedere bloemsteel plaatsen en deze twee aan elkaar bevestigen is natuurlijk helemaal voor zeker gaan.

N.B.
In bijvoorbeeld een volgroeide border kan U er natuurlijk ook voor kiezen dat een wijdverspreide planthabitat een grotere sierwaarde heeft dan een ondersteunde plant.

Een goede tip is wellicht het verwijderen van evt. aanwezige zijknoppen bij slecht weer om de toppen wat minder zwaar te maken. Een redelijk beschutte plaats uitkiezen is altijd nog het beste devies, zoals dit eigenlijk geldt voor alle tuinplanten die hoger worden dan een halve meter.

In de regel geldt dat hoe meer bloemblaadjes een cultivar heeft, hoe eerder deze ondersteuning nodig heeft bij ongunstig weer. Bloemen die enkel of van het Japanse type zijn worden het minst topzwaar. Bijkomend voordeel van deze variëteiten is dat de bloemblaadjes zich sluiten bij koud en nat weer, en vol regenen dus wordt beperkt.

Hieronder volgt een korte uitleg van de gebruikte termen bij het onderwerp ondersteuning, zoals vermeld bij de cultivarbeschrijvingen. Dit advies geldt dus voor normale voorjaarsomstandigheden gedurende de bloeiperiode.

Niet nodig: Bij normaal voorjaarseweer gedurende de bloeiperiode doorgaans geen ondersteuning nodig.
Ring: Een ring rondom de plant plaatsen is verstandig doordat de grote bloemen van deze cultivars onder windinvloeden de compactheid van de planten kunnen verminderen. De hoogte die een variëteit bereikt hangt hier nauw mee samen.
Stokjes: Een stokje langs iedere bloemsteel plaatsen en deze twee aan elkaar bevestigen is verstandig daar de bloemstelen niet sterk genoeg zijn om de grote bloemen te kunnen dragen. Cultivars waar deze opmerking bij staat geplaatst zijn doorgaans erg geschikt voor volgroeide borders.

Toepassing
Van iedere cultivar is aangeduid wat de beste toepassingsmogelijkheden zijn. Sommige cultivars zijn met name geschikt voor de tuin. Hoofdcriteria zijn hier vaak bij de compactheid, gewaspresentatie en planthoogte. Cultivars met een hoogte van 75 cm of meer zijn nagenoeg altijd geschikt als snijbloem (met uitzondering van de Itoh-hybriden), slechts een enkele cultivar is hier dan niet geschikt voor vanwege de wat zwakkere bloemstengels.

APS Gold Medal
Jaarlijks wordt in de USA een pioenenconferentie gehouden door de American Peony Society (APS). Dit is een zeer omvangrijke pioenengroep met leden over heel de wereld, waaronder wijzelf. Deze beweging heeft al zeer veel betekend voor het geslacht Paeonia aangaande met name de nomenclatuur, registratie, uitgifte van literatuur en promotie van de plantensoort.

Op de Jaarlijkse Pioenenconventie, die doorgaans half juni wordt gehouden, wordt ieder jaar een bloemententoonstelling gehouden waar vaak honderden variëteiten worden getoond en beoordeeld. Aan de allerbeste cultivar (hoofdcriteria zijn (naast gezondheid) schoonheid, perfectie, presentatie, vernieuwing en exclusiviteit) wordt de “APS Gold Medal” toegekend. Wanneer een cultivar dit stempel krijgt opgedrukt, betekent dit dat het een bijzonder goede pioenroos is die de perfectie ernstig benaderd. De cultivars die wij op dit moment in ons assortiment hebben en die tot het illustere rijtje van “APS Gold Medal Winners” behoort zijn:
'APS Gold Medal Winner' 1941 Nick Shaylor
'APS Gold Medal Winner' 1943 Elsa Sass
'APS Gold Medal Winner' 1948 Mrs. F.D. Roosevelt
'APS Gold Medal Winner' 1956 Red Charm
'APS Gold Medal Winner' 1957 Kansas
'APS Gold Medal Winner' 1972 Nick Shaylor
'APS Gold Medal Winner' 1980 Cytherea
'APS Gold Medal Winner' 1981 Bowl of Cream
'APS Gold Medal Winner' 1986 Coral Charm
'APS Gold Medal Winner' 1991 White Cap
'APS Gold Medal Winner' 1992 America
'APS Gold Medal Winner' 1996 Garden Treasure
'APS Gold Medal Winner' 2000 Pink Hawaiian Coral
'APS Gold Medal Winner' 2002 Etched Salmon
'APS Gold Medal Winner' 2003 Coral Sunset
'APS Gold Medal Winner' 2004 Do Tell
'APS Gold Medal Winner' 2005 Angel Cheeks
'APS Gold Medal Winner' 2006 Bartzella
'APS Gold Medal Winner' 2007 Many Happy Returns