VERZORGING



PLANTEN

 
   

Planttijd
Dé maand voor het planten van pioenrozen is oktober. Pioenrozen worden bij ons uitsluitend vroeg in de natuurlijke rustperiode gerooid en verwerkt: van half september tot half november. Op deze manier wordt het plantritme niet verstoord en blijft de kwaliteit van de planten op haar best. Tevens dienen pioenrozen in deze periode weer te worden terug geplant: Gebruik-makend van het laatste restje warmte in de grond maken de planten in deze periode nog nieuwe haarwortels waardoor de planten goed vast kunnen komen te staan op hun nieuwe stekje. Dit geeft de beste weggroei en dus de meeste kans op 1e jaars-bloei. Wij versturen onze planten doorgaans in de eerste helft van oktober. Zo spoedig mogelijk planten na ontvangst is sowieso altijd het beste.

OKTOBER:
Plantmaand voor Pioenrozen!


Standplaats

Het allerbelangrijkste is een goed drainerende grond. Pioenen kunnen erg slecht tegen natte voeten. Wanneer pioenen te nat staan kan dit wortelrot veroorzaken waar de planten zelfs dood aan kunnen gaan. Indien u een natte tuin heeft verdient het aanbeveling om de pioen op een 'rug' te planten; oftewel de grond plaatselijk verhogen voor een goede ontwatering.

Plant bij voorkeur op een niet al te luwe plek. Een te beschutte plaats kan een schimmelziekte als Botrytis in de hand werken in natte jaren. Voldoende luchtcirculatie is daarom belangrijk.

Pioenrozen vereisen verder voldoende zonlicht. De gehele dag het zonnetje is ideaal, maar halfschaduw kan eventueel ook. Te donker staande planten geven een langgerekte groei en geen bloemen.
Vermijdt het te dicht bij grote struiken of bomen planten i.v.m. de oneerlijke concurrentiestrijd die pioenen dan aan moeten gaan. Met name oppervlakkig wortelende bomen of struiken nemen 'stelen' bijna al het vocht en voeding van de pioenen.

Plant ook nooit op een plek waar eerder pioenen hebben gestaan, pioenrozen scheiden o.m. bepaalde stoffen af waardoor een verse plant op dezelfde plaats slecht weg zal groeien. Ook is de kans op schadelijke organismen in de grond zoals schimmelziekten en wortelnematoden altijd groter op zo’n zelfde plantlocatie. In vaktermen zegt men wel dat de grond 'moe' is op zo'n oude plek.


Plantafstand
Pioenrozen kunnen sterk in omvang toenemen na het eerste groeiseizoen – reserveer 0,75 tot 1 m2 per plant. Bij gegroepeerd aanplanten is een onderlinge plantafstand van minimaal 80cm “in verband” aan te raden. Regelmatig adviseren wij bij het aanplanten van pioenrozenborders in particuliere tuinen.

Geef pioenrozen de ruimte.
Wij geven graag advies over o.a. het aantal planten in uw border, de cultivarkeuze, de plaats van de cultivars etc. Overweegt u om een prachtige pioenrozenborder aan te planten en wilt u vrijblijvend advies van ons, stuurt u ons dan een berichtje. Wij zijn u graag van dienst.

Plantdiepte
De plantdiepte is zeer belangrijk. De bovenste ogen (doorgaans de ‘bloei-ogen’) dienen net onder het grondoppervlak te zitten. Wanneer ze dieper zitten dan vormt de plant in het gunstigste geval alleen maar blad. Net als alle planten willen pioenrozen overleven. Als een pioen te diep is geplant zal de plant proberen nieuwe groei aan de bovenzijde van de plant te vormen ten einde een soort ‘nieuwe plant’ te maken die wel op de juiste diepte zit om te kunnen bloeien. Dit proces duurt echter een aantal jaren, en dat is vaak veel te lang wanneer een plant is aangeschaft met hoge verwachtingen…
In het ergste geval wanneer pioenrozen te diep zitten wordt helemaal geen bovengrondse groei zichtbaar. Dieper in de grond blijft het vaak te lang nat, waardoor de planten kunnen wegrotten.

Plantinstructies
1. Maak een plantgat dat 2x de omvang heeft van de plant die op deze plek dient te komen;
2. Maak het plantgat niet te diep (doorgaans ca. 10-15 cm), en maak de bodem van het plantgat goed los;
3. Plaats de plant in het plantgat. De wortels kunnen horizontaal in het plantgat worden geplaatst; de ogen naar boven wijzend(!). Druk de plant lichtjes aan; de plant moet nu op een diepte liggen zodat de bovenste ogen 2-5 cm onder het grondoppervlak komen (oftewel “2 vingerdiktes diep”);
4. Dicht het plantgat weer en plaats een stokje bij deze plek – zo blijft u tot opkomst in februari/maart eraan herinnerd geen andere planten te dichtbij te plaatsen.

Grondsoorten
Pioenrozen gedijen in principe op alle grondsoorten. In het algemeen geldt dat hoe zwaarder de grondslag is, hoe langzamer de weggroei is; oftewel hoe langer het duurt voordat de eerste bloemen uitgroeien. Dit is echter helemaal niet negatief; in tegendeel – op de lange duur kan een stevige kleigrond bijvoorbeeld ideaal zijn. Over het algemeen voldoen zavel-, veen- en kleigronden uitstekend.

Gronden met een pH van 6,5-7,5 zijn ideaal. Op zure gronden (zuurgraad lager dan 6,5) valt het aan te raden wat kalk door het plantgat te mengen en kunt u jaarlijks wat kalk toevoegen om de pH te verhogen. Op basische ('zoete') gronden (zuurgraad hoger dan 7,5) is het doormengen van tuinturf of ander materiaal met verzurende eigenschappen raadzaam.

Pioenen kunnen ook goed groeien op lichte zandgronden, echter dan vereisen ze wel meer aandacht. Het verdient dan ook aanbeveling om op deze gronden regelmatig water en voeding te geven. Beter is het nog om de grond op de plantlocatie van de pioen(en) te verrijken. Een goede manier hiervoor is een gat graven van ca. 50 cm diep en 40x40 cm in omvang. Onderin het gat een laag van ca. 25 cm goed verteerde koemest en/of beendermeel aanbrengen, hier bovenop vervolgens de vervangende grond aanbrengen. Een mengsel van klei, zand en tuinaarde is ideaal in de verhouding 60-20-20. Alleen klei kan ook, maar houdt dan rekening met een wat langere groeitijd tot een volwassen plant.

Potten
Een optimale start heeft een pioenroos alleen wanneer deze wordt aangeschaft als 'kale plant' in het najaar.
Een 'kale plant' aangeschaft in het voorjaar heeft altijd wat aan vitaliteit ingeleverd doordat zij een aantal maanden bewaard is gebleven. Ook mist een dergelijke voorjaarsaankoop het zeer belangrijke stukje groei voor de winter, met als gevolg dat de plant moeilijker aanslaat en u langer moet wachten op bloei.

Pioenrozen worden veelal in potten aangeboden. Groeiende planten in een pot zijn weliswaar visueel aantrekkelijk, maar voor uw tuin bent u altijd beter af met een in het najaar aangeschafte pioenroos als 'kale plant'. Mede doordat pioenen hoofdzakelijk in pot worden verkocht hebben pioenen de naam gekregen moeilijk of slecht te bloeien, terwijl dit absoluut niet terecht is!

In potten maken pioenrozen een heel ander wortelgestel dan dat ze in de vollegrond (van nature) doen. In potten zijn voeding en vocht altijd zeer nabij en wordt de plant niet gedwongen om reservevoedsel op te bouwen in haar wortels. Gevolg is dat een pioen in pot zeer veel fijne wortels vormt met weinig opgeslagen voeding waardoor het geen kracht heeft om bloemen te produceren.

Wanneer u een pioen in een grote potmaat aanschaft is de kans best aanwezig dat het eerste jaar bloei volgt op basis van de wortelinhoud die het bij de kweker in de vollegrond heeft opgebouwd voordat de plant werd opgepot. Wanneer u deze plant dan uitplant in uw tuin dan zal deze minimaal 1 à 2 jaar nodig hebben om weer voldoende wortelgestel op te bouwen om weer bloemen te kunnen produceren.
Wanneer u een pioen in een kleine potmaat aanschaft is de plantmaat idem dito en volgt na uitplanten in uw tuin de eerste 2 à 3 jaren waarschijnlijk geen bloei.
Plant een in een pot aangeschafte pioenroos altijd direct uit in uw tuin en houdt er dus rekening mee dat na eventuele bloei een paar jaar bloemloos voorbij kunnen gaan.

Voor een betrouwbare pioenroos met de beste groeikracht bent u dus veelal aangewezen op gespecialiseerde kwekers die de planten alleen als 'kale plant' en in het najaar uitleveren, zoals wij.

Pioenrozen in een pot planten voor op uw balkon of terras is het proberen waard als u geen mogelijkheid heeft om hem in de vollegrond te planten. Gebruik dan altijd een zeer grote pot (liever een kuip). Probeer een zware potgrond die niet te nat blijft en zeker voldoende luchtig is. Meng compost door en geef matig voeding. Probeert u altijd eerst met een gangbare cultivar of het wil lukken alvorens u de exclusieve cultivar van uw dromen oppot. Meerdere jaren een bloeiende pioen in een pot houden is alles behalve gemakkelijk, maar voor de ware liefhebber is hier een geweldige uitdaging weggelegd!


VERZORGING GROEISEIZOEN

Bemesting
Pioenen zijn in grote mate zelfvoorzienend. Planten met een goed wortelgestel, zoals wij altijd leveren, hebben een grote voorraad reservevoedsel in zich. Teveel meststoffen toedienen zorgt in het algemeen voor een weelderige groei wat wel veel gewas maar zeer weinig tot geen bloemen tot gevolg heeft. Ook wordt een pioenengewas door overbemesting ‘zacht’ waardoor het veel gevoeliger wordt voor ziekten en plagen.

Standaard zal daarom weinig bijmesting nodig zijn. Ieder najaar een handje goed verteerde koemestkorrels aanbrengen per plant zou in principe voldoende moeten zijn. Alleen wanneer na de bloei de gewaskleur erg licht wordt zou u een handje kunstmest in de mengverhouding NPK 12-10-18 toe kunnen dienen.

Wij hebben veel ervaring met bemesting; voor een gericht bemestingsadvies kunt u contact met ons opnemen.


Watergift
Pioenen zijn gemakkelijke tuinplanten; eenmaal gevestigd is slechts bij hoge uitzondering water geven nodig. Slechts in het eerste groeiseizoen, wanneer de planten zich vastzetten, is het in (langdurige) droge perioden raadzaam wat water toe te dienen (in de avonduurtjes). Na het eerste jaar reiken de wortels al zo diep dat de plant heel goed in staat is zich in zijn eigen natje te voorzien. In langdurige droge perioden in hete zomers kan het uiteraard echter nooit kwaad om zo nu en dan wat water te geven.

In het voorjaar kunnen pioenen op erg warme dagen in de volle zon wat slap gaan hangen. Dit betekent echter niet dat de plant water toegediend wil krijgen. In zulke situaties kunnen de wortels het simpelweg niet bijpompen: de verdamping van het gewas is dan te hoog in verhouding tot de opnamecapaciteit van de wortels. U zult zien dat in de avonduurtjes het gewas zichzelf herstelt en weer fier overeind komt. Pioenen groeien in het voorjaar extreem hard en het gewas is daardoor wat zacht en gevoelig hiervoor. Tegen de bloei hard het gewas uit en zal het zelden tot nooit meer slap gaan.

Onkruid
Houdt de omgeving van pioenrozen altijd onkruidvrij. Naast dat het natuurlijk een veel mooier gezicht is kunnen onkruiden een schadebron zijn voor pioenrozen. Onkruiden kunnen in extreme gevallen met pioenen concurreren om voeding, water en licht. Het grootste gevaar schuilt er echter in dat veel gangbare onkruiden ideale waardplanten zijn voor ziekten en plagen. Een onkruidvrije tuin draagt daarom altijd bij aan een zeer lage infectiedruk.

Ziekten en plagen
Pioenen zijn grotendeels gevrijwaard van ernstige ziekten en plagen. Het belangrijkste is gezond uitgangsmateriaal, welke vrij is van virus en aaltjes. Hiervan kunt u verzekerd zijn wanneer u planten bij ons (heeft) besteld.

Wanneer de tuin goed netjes wordt gehouden zijn pioenen bijna geheel ziektevrij.
Vrijwel het enige gevaar dat er in de tuin heerst voor pioenrozen is de schimmelziekte Botrytis. Deze schimmel kan vroeg in het voorjaar de zgn. ‘omvallers’ veroorzaken. Stelen worden dan aangetast op de grens van grond en lucht en gaan slap en/of vallen om. Ook kan Botrytis bij uitgroei van de bloemknop tevoorschijn komen aan de onderzijde van de bloemknop, veelal beginnen bij één van de schutblaadjes. Vroege tekenen hiervan zijn hangende schutblaadjes of een scheve knopstand t.o.v. de bloemstengel. Verder kan Botrytis gedurende het gehele groeiseizoen op de stelen en bladeren voorkomen.

Altijd geeft een aantasting van Botrytis bruinverkleuring van het aangetaste plantendeel. Tijdens en kort na zeer natte omstandigheden is het typerende grauwgrijze schimmelpluis duidelijk zichtbaar.

Preventie is de beste bestrijding: verwijder bij de allereerste symptomen het plantendeel zorgvuldig met een scherp mesje en voer dit plantendeel voorzichtig af; zo voorkomt u sporenverspreiding. Voorkom gewasbeschadigingen en zorg verder voor voldoende luchtcirculatie (niet te luw en niet te dicht planten) en houdt de grond vanaf de opkomst goed los d.m.v. krabbelen met de vingers.

Botrytis is vaak alleen een probleem in (erg) natte jaren; de schimmelsporen hebben meer dan 85% luchtvochtigheid of waterdruppels nodig om te kunnen kiemen. De preventieve maatregelen zoals hiervoor beschreven moeten afdoende zijn om verdere infecties te voorkomen. Vanaf de opkomst de planten om de week bespuiten met een algemeen bestrijdingsmiddel tegen schimmels verkrijgbaar bij uw tuincentrum kan eventueel ook. Volg hierbij altijd de aanwijzingen op de verpakking.


Ondersteuning
Iedere cultivar is verschillend. Per cultivar uit ons assortiment hebben we een opmerking geplaatst betreffende de ondersteuning. Zie ook de Toelichting op cultivarbeschrijvingen.

Opbinden kan de compactheid bevorderen.
Bij slecht weer tijdens volle bloei regenen de grote bloemen vol en worden topzwaar. Vanzelfsprekend verliest een plant dan haar compactheid, zeker als er ook nog eens wind bij komt. Smaken verschillen uiteraard; de één houdt meer van een levendig, wat hangend gewas terwijl de ander van een fier gewas houdt. In het laatste geval is wanneer men voor zeker wil gaan jaarlijks omstreeks begin mei een viertal bamboestokjes rondom een plant steken en deze middels een touwtje met elkaar verbinden altijd goed. Zorg ervoor dat de stokjes ca. 10 cm onder de bloemenknoppen blijven, op deze manier doen ze nooit afbreuk aan de sierwaarde. Bij uw tuincentrum zijn ook speciale plantenringen verkrijgbaar.

Een goed algemeen advies is het gewas en met name het weer aankijken of ondersteuning nodig is.

Zijknoppen
Veel cultivars bezitten zijknoppen, ook wel ‘pluizen’ genaamd. De zijknoppen kunnen geheel naar keuze al dan niet verwijderd worden.
Enkele voordelen van het behouden van zijknoppen:
- Verlenging van de bloei;
- Persoonlijke smaak: sierlijker.

Enkele voordelen van het verwijderen van zijknoppen:
- Beter behoud van plantvorm: de bloemstengels worden minder topzwaar;
- Iets grotere hoofdknoppen;
- Persoonlijke smaak: sierlijker.

Wanneer ervoor wordt gekozen om de zijknoppen te verwijderen (ook wel ‘pluizen’ genaamd) kan dit het gemakkelijkst op de volgende manier:

1) Verwijder de zijknoppen wanneer ze ter grootte van een erwt zijn (als de knopjes kleiner zijn beschadigt u gemakkelijk het aangrenzende blaadje en als de knopjes groter zijn ontstaat een onnodig grote wond);

2) Houdt met de ene hand de hoofdknop losjes vast tussen duim en vingers;

3) Pak met de andere hand het knopje van de zijknop tussen duim en wijsvinger;

4) Met een voorzichtige zij- en neerwaartse beweging verwijdert u de zijknop van de hoofdstengel. Zijwaarts zodat alleen de zijknop uit de bladoksel breekt en het blaadje zelf onbeschadigd blijft.

Indien u voor pluizen kiest voer het dan op tijd en op deze wijze uit.


Mieren
Wanneer pioenrozen ‘in knop staan’ scheiden ze een bepaalde zoetstof of nectar af. Dit suikerachtige goedje komt aan uw vingers wanneer u de knoppen aanraakt tijdens bijvoorbeeld het verwijderen van de zijknoppen. Het wast er heel gemakkelijk af, ook van uw kleren.
Vermoedelijk scheiden pioenknoppen deze nectar af tijdens de zeer krachtige uitgroei in dit laatste stadium om de schutblaadjes en bloemblaadjes goed gesloten te houden (‘aan elkaar te laten plakken’) ten einde beschadigingen aan de voortplantingsorganen te voorkomen.

Mieren zijn gek op deze nectar waar ze zich dan ook op voeden. Ze kunnen soms in vrij grote getale worden aangetroffen op pioenrozen in dit stadium. De mieren kunnen de pioenrozen echter geen enkel kwaad doen. Bovendien zult u merken dat zodra de bloemen open komen de nectar is verdwenen en er op de bloemen geen mier meer te bekennen is. Geen enkel risico dus om met een prachtig bosje pioenrozen ook die mieren in huis te halen!

Bloemen snijden
Wanneer een plant in het eerste groeiseizoen reeds bloemen geeft raden wij af om deze eraf te snijden voor in de vaas. De plant heeft zeker het eerste jaar al haar gewas nodig om optimaal te nestelen en zoveel mogelijk reservevoedsel in te bouwen voor het verdere bestaan op haar nieuwe plekje.

Met pioenen in huis bent u pas echt thuis!
De jaren erna kunt u gerust een bloemetje afsnijden voor in huis op tafel. In extreem slechte voorjaren is dit wellicht zelfs de enige manier om er echt van te kunnen genieten…

Gebruik altijd een zeer scherp mesje; zo maakt u de schoonste wond. Snijdt de stelen pas af wanneer de bloemknoppen duidelijk zacht aanvoelen. Te rauw gesneden bloemen zullen nooit openkomen op de vaas. Laat altijd minimaal 2 bladeren per steel staan en snijdt nooit meer dan tweederde van het aantal bloemen per plant. Op deze manier blijven er voldoende ‘longen’ op de plant staan. Het volgende jaar wilt u toch minstens zoveel bloemen bewonderen?


Uiteraard is een bosje pioenrozen bij de kweker of bloemist kopen altijd een goed idee - maximale pracht aan pioenrozen in de tuin, en ook nog eens in huis...!


Linksbovenin is een gekopte bloemstengel (cv. 'Red Charm')
te zien.
Koppen
Nadat de bloemen hun volle pracht hebben getoond zullen de bloemblaadjes afvallen of krimpen. Iedere cultivar is verschillend, maar velen behouden na de bloei nog altijd een grote sierwaarde aan de uiteinden van de bloeistelen. Wanneer de bloemblaadjes zijn afgevallen blijven bij bepaalde cultivars namelijk de sierlijke zaaddozen over. Tot gemiddeld eind augustus blijven deze prachtig; met het openbarsten van de zaaddozen is de overlevingscyclus van de bloemstengel voltooid en wordt het afstervingsproces echt ingezet.

Wij adviseren om dit bij iedere pioenroos die u in uw tuin heeft uit te proberen. Wordt het uiteinde van de stengel vies, bruin en verdord dan krijgt de pioen meer sierwaarde door deze te verwijderen met een scherp mes (ook wel ‘koppen’ genaamd). Ontstaat na de bloei aan het uiteinde van de stengel een kop met prachtige zaaddozen, doe dan niets en geniet ervan! Na de eerste bloei is het echter wel aan te raden altijd de uitgebloeide bloemen te verwijderen; dit geeft de plant de mogelijkheid al haar energie in de plantgroei en knopaanleg voor het volgende seizoen te stoppen.

VERZORGING NAJAAR

Gewas verwijderen
Tot aan het najaar behoeft de pioenroos nu weinig aandacht meer. Wanneer de planten richting het najaar in natuurlijke rust gaan beginnen ze het groen uit het gewas ‘op te eten’. De voedingsstoffen uit het gewas worden zo opgeslagen in de wortels als ‘appeltje voor de dorst’. Wanneer meer dan de helft van het groen uit het blad is verdwenen is het tijd om het gewas af te knippen. Tenzij u vindt dat het gewas nog voldoende sierwaarde heeft natuurlijk, dan kunt u het gerust nog een aantal weken laten staan.
Voor de vroegst bloeiende cultivars kan dit afsterven al begin september zijn, en voor de later bloeiende cultivars kan dit ook eind oktober of zelfs nog later zijn. Knip de stelen af gelijk met de grond – pas hierbij op dat u met de snoeischaar niet in de grond steekt en de onderliggende neuzen beschadigt.


Rooien
Het kan voorkomen dat een plant eruit moet, bijv. als het terras vergroot moet worden, als de tuin rigoureus veranderd moet worden of als u gaat verhuizen. Echter wanneer een plant altijd goed heeft gepresteerd laat haar dan als het even kan onberoerd! Pioenrozen gaan ieder jaar rijker bloeien, en wanneer de plant eruit wordt gehaald, duurt het weer vele jaren alvorens hij weer net zo mooi wordt als u zich haar herinnert!

Als de plant er tòch uit moet, en u wilt haar weer herplanten, rooi haar dan begin oktober. Gebruik een spitvork en wrik voorzichtig rondom de plant totdat hij loskomt. Pas hierbij op dat de steel van de spitvork niet breekt – vele spitvorken zouden hem zijn voorgegaan…!


Scheuren en Bewaren
Was de opgerooide plant schoon van grond m.b.v. een tuinslang. Bestudeer de plant goed; dit betekent goed kijken hoe de wortels lopen en waar de ogen zich bevinden. Vervolgens voorzichtig met een scherp mes een snede geven in de goede richting en voorzicht de pol proberen te scheuren.

Probeer planten over te houden met 3 tot 5 mooie ogen (groeipunten) en voldoende wortelgestel. Kort tenslotte alle wortels in tot een lengte van 10-15 cm. Op deze manier stimuleert u de nieuwe plant(en) tot het maken van nieuwe ogen en wortels – u dwingt haar als het ware te verjongen. Plant vervolgens deze ‘nieuwe’ plant(en) zo spoedig mogelijk op de nieuwe plekje(s).

Als de omstandigheden van uw (nieuwe) tuin dit vereisen kunt u de plant(en) ook bewaren door ze 'op te kuilen': een geultje graven op een rustig plekje, de plant(en) hier inleggen en vervolgens een laag grond er over aanbrengen. Zo blijven de planten goed bewaard totdat u ze uit gaat planten.

Verplanten
Wat u ook doet – plant nooit een oude plant in zijn geheel terug, dit leidt bijna altijd tot teleurstellingen. Oude grote planten teren dan volledig op de oude reserves en maken geen nieuwe wortels, waardoor ze niet aan zullen slaan op hun nieuwe plekje. Behandel opgerooide planten altijd als hierboven bij het scheuren uiteen staat gezet!